18 / 07 / 2010 => 26 / 09 / 2010
In navolging van zijn recente tentoonstelling bij galerij Kobo Chika in Tokio, vervolgt Joerg Coblenz onze tentoonstellingscyclus “ Featuring” door twee Japanse kunstenaressen uit te nodigen: Sumie Nakanishi en Tomoko Sugimoto.
Joerg Coblenz EGOLAND 1. Egoland is een bedenking van de kunstenaar Joerg Coblenz op het thema van het ego. Onze maatschappij verraadt een grote bekommernis van de mens ten opzichte van zijn uiterlijk, zijn carrière en een zeker egoïsme waarborgt zijn eigen belangen. In zijn recente werken gaat zijn geheugen de confrontatie aan met een wereld van emoties en ideeënassociaties in de vorm van een persoonlijk debat. Joerg Coblenz gaat dit debat aan doorheen verschillende media (foto, broderieën, instalaties,…) en behandelt zo verschillende onderwerpen (“Egoshot”, “Lupus”, “Crossing the Rubicon”, “Pieces of Evidence” etc.). Hij beschouwt zijn werk niet als visionair of protesterend, maar eerder als een onderdeel van de vanitas, wat het tegelijkertijd contradictorisch en ontroerend maakt. De eeuwige existentiële vragen worden opnieuw gesteld doorheen terugkerende thema’s als angst, nostalgie, leven en dood.
Sumie Nakanishi
Blue bird
Er wordt gezegd dat het geluk zou brengen als je een blauwe vogel vangt. “Ik heb de blauwe vogel gezien”, zei de één op de stoep, “Zoiets als de blauwe vogel bestaat helemaal niet”, zei de andere.
Of het nu bestaat of niet, is onbekend; De onzekerheid doet vragen rijzen Maar tijdens het zoeken Kan men misschien op iets heel moois stuiten, binnenin.
Dat is het verhaal dat ik wens te brengen via kunst.
Tomoko Sugimoto
“Als kind ging ik op een dag op pic-nic in het bos. Hoewel we niet van plan waren lang weg te blijven, gaf mijn moeder ons gestoomde broodjes mee. Het bos was bezaaid met zonlicht, de hemel was blauw en een lichte bries deed de bomen geuren. We besloten halt te houden op een heuveltje om onze broodjes op te eten. Ik nam een broodje en plotseling viel het me uit de handen, rolde het heuveltje af en verdween in de schaduw van het bos. Ik achtervolgde het naar beneden en werd verrast door het zicht van de schaduw. Ik stak beetje bij beetje mijn hand uit en inde stilte werd de schaduw duisternis en beklemde me de borst. Ik heb de tijd niet gehad om dit nieuwe gevoel bewust te worden. Ik herinner me enkel de blauwe en heldere lucht boven het kruin van de bomen. En ik denk dat ik die dag gespaard ben gebleven…”